| Geboorte | ||
| |
||
|
||
| beneden
gegaan en heb samen met Cecca een kinderprogramma op de tv gekeken. Ik voelde me echt niet lekker, maar om half 5 dacht ik moest ik toch aan het eten gaan beginnen. Ik wilde nog even naar het toilet. Toen ik de deurknop vast pakte, voelde ik een knap in mijn buik. Direct daarna kreeg ik zo'n hevige bloeding dat de witte broek die ik aanhad in één keer rood was. Ik ben met gekruiste benen naar de huiskamer gegaan en ben op de grond gaan liggen. Léonie begon te gillen. Ik zei tegen haar dat ze nu niet moest gaan gillen, maar actie moest ondernemen. Ze is uiteindelijk naar de buren gegaan, die gelukkig thuis waren in verband met de verjaardag van hun jongste dochter. André heeft 112 gebeld. Ik heb Theo nog gebeld om te zeggen dat ik een bloeding had gehad en dat ik naar het ziekenhuis ging. Julie een andere buurvrouw is gaan schoonmaken. Er lag heel veel bloed op de grond. De ambulance was er om 16.45 uur. De broeders hebben direct allerlei infusen aangelegd. Ik voelde me wel zwakker worden. Onderweg heb ik mezelf wakker gehouden omdat ik wist dat als ik in slaap zou vallen, ik niet meer wakker zou worden. Om 17.00 uur arriveerde de ambulance in Gouda bij het ziekenhuis. Ze hebben eerst nog snel een echo gemaakt. Het hartje van de baby klopte nog wel, maar was wel zwak. Met een sneltreinvaart ben ik naar boven gebracht naar de operatiekamer. Ik werd op tafel gelegd en er werd een kapje op mijn mond gedaan. Door het vele bloedverlies was ik natuurlijk zo weg. Er is toen een keizersnede uitgevoerd. Toen ik weer bij kwam lag ik op een in allerijl ingerichte speciale kamer, omdat Jozeflokatie geen intensive care kent. Er zat een broeder aan mijn voeteneind die mij in de gaten moest houden. Theo zat naast mijn bed en vertelde dat we een meisje gekregen hadden maar dat het niet goed met haar ging. Ze hadden Nina dood uit mij gehaald en hadden haar toen gereanimeerd. Dat duurde minder dan 1 minuut, maar toen kreeg ze stuipjes en dat wijst meestal op een hersenbeschadiging. Ook kreeg ze epileptische aanvallen. Theo vertelde ook dat ik het op het nippertje gered had. Ik had nog maar 1 liter bloed toen ik in het ziekenhuis aankwam. Later die avond heb ik Nina even kunnen zien, omdat ze haar met een couveuse naar mij gereden hebben. Ze ging op een speciaal transport naar Leiden naar het L.U.M.C. Ikzelf ben zondag's naar het L.U.M.C. overgebracht, omdat het helemaal niet goed ging met Nina. Die middag heb ik haar weer voor het eerst gezien. Ze lag aan allerlei apparatuur. Zo werd ze beademd en werd er slijm uit haar longen weggepompt. Hart en bloeddruk werden in de gaten gehouden. Ze zag er inderdaad niet best uit. Later kwam de kinderarts en die vertelde nog meer schokkends. Ze heeft een beschadiging aan de basale kernen. Deze basale kernen zitten binnen in de hersenen en zijn zo groot als 2 knikkers en sturen de motoriek aan. Dat zou haar grootste probleem worden. Ze kon niet slikken of zuigen, dus levenslange sondevoeding. Ze had epilepsie. Ze zou uiteindelijk spastisch worden. Ze zou nooit kunnen kruipen, staan of lopen. Contact maken met de omgeving was er ook niet bij, kortom een kasplantje. Theo was aangeslagen en ik had zoiets van we zien het wel. Ik ben op woensdag 3 juli naar huis gegaan en Nina moest voorlopig nog in Leiden blijven. We gingen elke avond en soms ook overdag naar haar toe. Alleen kon ik niet naar haar toe want ik mocht geen auto rijden. Toen werd ik op een ochtend gebeld door het L.U.M.C. met de mededeling dat ze een heel klein beetje had gedronken. Ze moesten haar wel in een speciale houding houden, maar ze deed het wel. En toen had ik zoiets van als ze gaat drinken, dan komt de rest vanzelf wel. Na 2 weken Intensive Care ging het inmiddels een stuk beter met haar en werd ze overgeplaatst naar de High Care. Ze was van de beademing af en kon een beetje uit een flesje drinken, maar ze was wel erg snel moe, dus dan ging de rest met de sonde naar binnen. |
||
|
||
| een
verpleegster, konden we een paar dagen later voor het tribunaal verschijnen.
Dit team bestond uit een kinderarts, een zaalarts en de zelfde verpleegster waar ik tegen gezegd had dat het wel goed ging met Nina. Dat bleek dus de hoofdverpleegkundige te zijn. Wist ik veel. Wij moesten maar vertellen wat we wisten van Nina. Dus somden wij de hele waslijst op van wat we in Leiden gehoord hadden. Toen waren ze gerust. Ze dachten namelijk dat wij niet wisten wat er met Nina aan de hand was. Dus ze waren bang dat als wij dat niet wisten dat dan de bom zou barsten in ons gezin. Op 1 augustus zou Nina naar huis komen, maar ze was al een paar dagen huilerig. Dat werd zo erg dat ze op 's middags een epileptische aanval kreeg en dus niet mee naar huis mocht. Eindelijk mocht Nina op 6 augustus mee naar huis. We hadden een waslijst met afspraken met doktoren meegekregen. We hadden fenobarbutal meegekregen voor haar epilepsie en ook medicijnen voor als ze een aanval zou krijgen. De eerste dagen thuis is het best wel eng. Je bent toch iets voorzichter en alerter dan anders. We wisten niet wat de toekomst ons zou gaan brengen. |
||
©
Nina Hbot Stichting |